Beschrijving

Recensie

Marc De Pril
Van de auteur (1961) wordt gezegd dat ze voortdurend naar vormen zoekt om poëzie minder elitair te maken, terug aan de mensen te geven. Haar slogan ‘poëzie is van iedereen en iedereen is poëzie’ loopt als een leidmotief door deze derde* bundel. Menselijke thema’s met hun dualiteit zijn steeds wederkerend: een leven tussen lijden en sterfelijkheid, schoonheid doch met een onvermijdelijke ondergang, een bestaan met een evidente vergankelijkheid, het heden dat echter niet losgekoppeld kan worden van het verleden, dat permanent aanwezig is. De dagelijkse werkelijkheid is evenwel niet zeemzoet maar vaak keihard, zoals verwoord in het gedicht ‘laatste groet’: ‘In mijn hoofd snijdt mijn gestamel. Hoe ik haar / straks aan de koffietafel de hemel zal aanpraten’. De pedagogisch begeleider in de auteur ontmoet dagelijks hardheid doch deze dient echter het eenvoudige geluk niet in de weg te staan. Geluk dat vaak te vinden is in het allereenvoudigste, zoals lyrisch verwoord in ‘ik weet niet waar’. 63 gedichten om traag te savoureren: ‘Mijn schouders begeven /onder het gewicht van je afwezige arm’. Geschikt voor slowreading: traag en rustig genieten van deze woordkunstenaar. Bijzonder verzorgde en aantrekkelijke uitgave.
© NBD Biblion